Cosy Office – over de constructieve benadering van de tussenruimte

In gesprek met Aurel Aebi en Reto Ulrich, atelier oï

atelier oï werd in 1991 opgericht in La Neuveville, Zwitserland, door Aurel Aebi, Armand Louis en Patrick Reymond. De naam oï is afkomstig van het Russische woord “troika”. Een trojka is de Russische variant van een team van drie paarden. Met het centrale gedeelte van dit begrip benoemen de ontwerpers het principe van hun samenwerking: een drieledige drijvende kracht ten dienste van de projecten. De transdisciplinair georiënteerde studio, gevestigd in het Moïtel (een voormalig motel uit de jaren '60), is een creatieve locatie die intellectuele en ambachtelijke knowhow combineert. Architectuur, binnenhuisarchitectuur, interieur- en productdesign en scenografie maken allemaal deel uit van het totale spectrum van de internationaal gevraagde ontwerpers.

Zijn vragen over de vormgeving van werkomgevingen in klassieke zin tot nu toe relevant geweest voor atelier oï?

Aurel Aebi:
Tot nu toe praten we daar niet veel over, maar we hebben al verschillende projecten rond beweeglijk werken gerealiseerd, ook in combinatie met change management. Dit onderwerp is nu echter zeer actueel door verschillende opdrachten van grote Zwitserse bedrijven, die wij momenteel aan het plannen zijn met inachtneming van de nieuwste inzichten.
 

 

Aan welke criteria moet volgens u een kantoor vandaag de dag voldoen aan het aspect van “cosy office”?

Aurel Aebi:
Tot nu toe gold de algemene opvatting dat ruimten multifunctioneel moesten zijn. Tegenwoordig gaan we ervan uit dat er verschillende zones moeten zijn die aan verschillende eisen voldoen. 's Morgens bedenkt men welke werkzaamheden men gaat uitvoeren en kiest daarvoor de ideale omgeving. Coworking, co-living ..., al deze termen bewegen zich tussen het fysieke en het digitale. Men beweegt ook tussen werken en wonen. In de komende tien jaar zal veel gaan over het gebied daartussen, want in veel beroepen is men nog niet helemaal gedigitaliseerd. We bevinden ons op dit moment op het kruispunt volgens het motto “Werk je nog of woon je al?” Het gaat ook over de vraag of ik nog naar kantoor moet gaan of dat ik ook thuis kan werken. Hoe dan ook, hoe meer men op de computer werkt, hoe meer men verlangt naar een zachte omgeving. Daarom speelt het een grote rol welke houdingen ruimten en meubilair tot uitdrukking brengen!”

Reto Ulrich:
Vooral voor de creatieve uitwisseling voel je je vrijer in een sfeer die in niets aan een kantoor doet denken. Je goed voelen is hier belangrijk, zodat men efficiënt is en verder komt. Maar er zijn ook activiteiten die een andere omgeving en andere ruimtekenmerken vereisen om aangenaam te kunnen samenwerken.

Aurel Aebi:
Voor een ruimte geldt hetzelfde als voor een zin: je plaatst haakjes – zet gedachtestreepjes – en sluit af met een punt. De kantoortuin wordt weer klein zodra je die in celstructuren verdeelt. We hebben de zone-indeling in de studio deels opgelost met gordijnen en dat is erg prettig. Je kunt ruimtelijk scheiden en hebt toch de nabijheid, een bepaalde warmte en een aangenamere sfeer dan in een klassieke besprekingsruimte.

Aurel Aebi:
Er is toch een gedicht dat als volgt begint: “Er was eens een houten schutting met tussenruimtes om tussendoor te kunnen kijken. Een architect die dit zag, nam de tussenruimte ertussen uit en bouwde er een huis van.” Wij laten echter zien dat er ook iets kan ontstaan uit de tussenruimte. Onze werkplekken bevinden zich bijvoorbeeld in ruimten, de voormalige motelkamers, waarin wij enerzijds geconcentreerd kunnen werken, maar die anderzijds geopend zijn richting de gang en inkijk mogelijk maken.

Aan de andere kant van de gang hebben we nissen in de gevel gemaakt, waarin materiaalstalen, details of zelfs voltooide producten kunnen worden getoond. Zo is de opbergruimte enerzijds buiten de onmiddellijke werkplek verplaatst, maar biedt anderzijds nog steeds gelegenheid tot deelname en discussie – zij fungeert als een etalage waar iedereen langs loopt en is tegelijkertijd het haakje waarmee wordt afgesloten. Het gaat over het algemeen meer om momenten – daarvoor is weids denken vereist. Men moet ook altijd denken aan de niet-opgeruimde toestand. Het is ons beroep om de leegte op te vullen. Maar een ruimte moet vloeiende veranderingen mogelijk maken en niet statisch zijn.
 

 

“Het is ons beroep om de leegte op te vullen. Maar een ruimte moet vloeiende veranderingen mogelijk maken en niet statisch zijn. We laten zien dat er ook iets kan ontstaan uit de tussenruimte.”
 

Zijn er concepten en ruimtelijke probleemoplossingen van atelier oï die u ook interessant zou vinden om als model op andere kantoorstructuren over te brengen?

Reto Ulrich:
Vanuit mijn standpunt als werknemer is het toevallig deze grote ruimte waarin wij ons bevinden. Hier worden de bereikte werkstappen van een ontwerpproces samen besproken – hier krijgen we onmiddellijke feedback van onze collega's. De uitwisseling verloopt heel natuurlijk, want hiernaast bevindt zich onze pauzeruimte en iedereen kijkt hier ook naar binnen, probeert dingen, heeft een mening. Als een bedrijf een open discussiecultuur bevordert, is dit een essentiële voorwaarde voor het New Office. Want alleen door een chique lounge en wat leuke meubelopstellingen of andere gekke ideeën kunnen geen willekeurige gesprekken worden afgedwongen. Je moet er ook een voorbeeld van zijn en het cultiveren.

Aurel Aebi:
Vandaag de dag bestaat het wijdverbreide verschijnsel van de zogenaamde “platte grap” met oppervlakkige, lollige elementen. Maar we zijn geen kinderen. Het is goed en belangrijk om pauzes te nemen. Wij zijn daarentegen meer overtuigd van het uitgangspunt van een podium waarop verschillende scenario's kunnen worden uitgevoerd. We gebruiken deze ruimte hier als presentatieruimte, als fotostudio, voor vergaderingen en voor werkoverleg. Alles is maximaal flexibel en ook weer snel opgeborgen. Bij de kantoorplanning is het belangrijker om te “ontspullen” en een opzet te creëren die altijd op een andere manier kan worden gebruikt en ook zonder hulp van een facility manager kan worden gereorganiseerd. We halen zelf onze stoelen op en ruimen ze ook weer op. De aan de muur bevestigde whiteboards kunnen na de bespreking met de aantekeningen erop mee naar de werkplek worden genomen. Uiteindelijk hebben we een smartphone, een computer en wat papier nodig – dat is het wel zo'n beetje. De rest dient voor het delen van kennis. Het is nuttig om een tafel te hebben die rond is en vrij van hiërarchie. Er hoeft niemand op te staan en naar een flipchart te lopen om daarmee een kaderstandpunt te verwoorden en anderen te vertellen hoe iets juist of beter is. Bij ons wordt bijvoorbeeld de transdisciplinaire benadering toegepast en heeft elk teamlid met zijn of haar specifieke achtergrond veel bij te dragen. Op die manier belichten en bespreken wij alles vanuit de meest uiteenlopende invalshoeken en door de bril van de verschillendste beroepen.
 

U heeft nu voor Girsberger de business lounge “Velum” ontworpen. Waren er bepaalde vooronderstellingen? Wat was uw startpunt?

Aurel Aebi:
De briefing was relatief open. Bij het zoeken naar het centrale thema hebben we gekozen voor een rustig, ingetogen uitgangspunt. Het gaat er immers om bescherming en geborgenheid te bieden. In Japan zeggen ze: vier steunen bepalen een ruimte. Meer is niet nodig. Zo kan men zich ook voorstellen dat met een afgebakende hoek een ruimte kan worden geopend. Men moet meer de leegte plannen dan het volle. Het gaat om de benadering van “in het veld” en “omgeving”. Is iets alleen zijn eigen deel zelf of omvat het ook ruimtelijke aspecten.
 
Hier in de grote ruimte van het atelier hebben we bijvoorbeeld deze gordijnen die worden bevestigd en achter elkaar worden gezet door een soort grote paperclip. Dit resulteert in een regelmatige architectonische golving – bijna met de uitstraling van een golfplaat. Hier ontstaat met een simpele plooiing “half ruimte, half meubel”. Dat is spannend voor ons, want het geeft het materiaal een bepaalde vrijheid.

Reto Ulrich:
Wij kwamen al snel op het vormgevingsgedachte van de “horizontale haakjes”. Het ging er toen om de juiste vorm voor Girsberger te vinden – en niet nog een typologie toe te voegen (aan het bestaande aanbod op de markt). Het moest iets unieks zijn en bij het bedrijf passen. Hout is met zijn warme uitstraling een ideaal contrasterend materiaal. Dat uitgangsidee moest worden omgezet in een systeem dat de eindklant en gebruiker een bepaalde verscheidenheid zou bieden om in te kunnen spelen op de gegeven ruimten. Ook moest rekening worden gehouden met alle technische en constructieve thema's: Waar bevinden zich de poten, hoe ziet dit eruit in de lay-out, hoe realiseren we een zo veelzijdig mogelijk te gebruiken en aan te passen aanbod.
 

“Het speelt een grote rol welke houdingen ruimten en meubilair tot uitdrukking brengen!”
 

Hoe kan de essentie van uw ontwerpgedachte worden samengevat? Is er een fundamentele, bijzonder beproefde aanpak voor jullie ontwerptaken?

Aurel Aebi:
Wij denken met onze handen en vinden de oplossingen in de omgang met de materialen – door te voelen, dingen uit te proberen en met proefmodellen. Zeer waardevol is hier onze Matériauthèque in de kelder, een materiaalbibliotheek waarin wij zo'n 20.000 zeer verschillende materialen archiveren. Vaak hebben we vóór het vormidee een materiaalidee en ontstaat uit het materiaal een vorm. We benaderen de kwestie dus als een chef-kok. Als we iets beter willen maken, veranderen we de ingrediënten. Dat is hoe we werken. Als het materiaal ergens niet aan wil meewerken, brengt het dat tot uitdrukking. In de modelbouw maken wij 1:1-modellen om de ruimtelijke omstandigheden nauwkeurig te controleren; vaak vallen wij ook terug op gearchiveerde ideeën en oplossingen uit het verleden die in een geheel andere context op een aangepaste manier weer zinvol zijn.

Het statisch oplossen van de grote overspanningen in de business lounge was soms een grote uitdaging op basis van de houten structuur. We wilden niet dat het product een industriële uitstraling zou krijgen. Het handgemaakte moet fascineren en het moet herkenbaar zijn dat niet alles uit de machine komt. Als we zien dat in een bedrijf een speciale knowhow, de “savoir-faire”, aanwezig is, dan laten we dat zien. Bij “Velum” gaat het vooral om de constructieve aanpak met het hout. We wilden ook niets overdesignen. Er is al genoeg technoïde meubilair. Het is mooi om een bank als bank te zien – zonder aerodynamische poten die ook nog op een auto kunnen worden gebruikt. Zelfs de gestoffeerde zittingen stralen niets meer uit dan het gegeven dat ze er zijn om op te zitten.
 

Reto Ulrich:
Het DNA van Girsberger ligt enerzijds in het ambachtelijke vakmanschap en anderzijds in de wetenschap, dat de aspecten rondom het werk en de daarbij behorende ergonomische eisen een overtuigende uitwerking op de gebruikers moeten hebben. Zo hebben wij ook opbergmogelijkheden zoals aanbouwtafels en aanpassingen van technische aansluitingen geïntegreerd.

Aurel Aebi:
Het idee van hoe er in de toekomst gewerkt zal worden, is zeker medebepaald door Girsberger en is in het ontwerp verwerkt. “Velum” is ontstaan in een soort co-creatie. Ook in het atelier oï zijn we geen one-man-show. Tijdens het creatieproces leveren velen samen hun beste prestaties voor de zaak. Daarom juichen wij het ook toe als ervaren experts en ontwerpers, zoals bij Girsberger, tijdens het proces nog duidelijke input geven.

Reto Ulrich:
Voor ons is het zicht op de markt ook zeer waardevol. Het is een uitdaging om aan de kadervoorwaarden te voldoen zonder compromissen te moeten sluiten. De knowhow over de exacte productiemogelijkheden en de realisatie is voor ons van essentieel belang, en uiteindelijk is er een product ontstaan waar wij allen volledig achter kunnen staan.
 

Velum Business Lounge




“Wij zien het als een kwaliteit wanneer we de esthetiek van de eenvoud kunnen laten spreken.”

Wat is voor u de aantrekkingskracht van het gebruik van massief hout voor de onderstelstructuur?
 

Reto Ulrich:
In het begin hadden we verschillende uitgangspunten, ook wat betreft het gebruikte materiaal. Massief hout gebruiken was altijd al onze bedoeling, maar aanvankelijk niet met zo'n consequentie. Het bedrijf heeft namelijk een enorme competentie in de verwerking van massief hout en nu dragen de verticale elementen het scherm, wat het geheel samenhangend maakt in zijn materialiteit.
 

De privacypanelen worden gevormd door een geplooide stof, een stevige doek ...

Aurel Aebi:
Gordijnen zijn een hoofdmotief in het Moïtel. Het structurele aspect is opgelost met minimale inspanning, al het andere wordt geregeld met gordijnen. Uiteindelijk is alles wat men nodig heeft een speciale structuur – maar bij wijze van spreken alleen in de zin van een paperclip. We wilden hier ook geen grote interieurbouw. Het gebouw is in principe een doos met een voorgevel die over twee verdiepingen is verdeeld. Op macroschaal is ons kantoor eigenlijk dit meubilair “Velum” – gewoon een soort van “container”. Met “Velum” beschikt men nu over een planningsinstrument waarmee men ruimten kan vormgeven. De vorm biedt iets vertrouwds en vereist niet iets nieuws. Deze business lounge heeft een bewuste eenvoud en wij zien het als een kwaliteit als we de esthetiek van de eenvoud kunnen laten spreken.

 

Maken de gevoelens van de latere gebruikers ook deel uit van uw vormgevingsscenario terwijl u het loungemeubel voor Girsberger ontwikkelt? Hoe moeten zij zich voelen?
 

Aurel Aebi:
Aurel Aebi: We hebben hem een uitnodigende houding gegeven. In de architectuur spreekt men ook wel van de expressie van hoeken. Een open hoek neemt de persoon op – net als open armen. Afhankelijk van hoe de hoeken zijn vormgegeven, varieert de uitdrukking van genegenheid tot afkeer. Dit aspect zal ook meetellen bij het gebruik van dit meubilair in het projectsegment: als men deze business lounge in een onderneming tegenkomt, laat de directie – ook al is die niet fysiek aanwezig – niettemin duidelijk zien dat men welkom is. Een bezoeker ziet dit meubel en begrijpt: van harte welkom, gaat u zitten! De gebruiker moet zich welkom en geborgen voelen. Ons credo is niet “Vorm volgt functie” maar “Vorm volgt emotie”. Wij ontwerpen geen producten maar momenten. Dit gaat over het moment van aankomst!
 

 

 

Hartelijk dank voor het interview!

Interview: Dorothea Scheidl-Nennemann
Foto's: André Bolliger